
Inleiding
In onze moderne samenleving delen we onvermijdelijk ruimte met buren. Dit brengt soms conflicten met zich mee, zoals geluidsoverlast. Een interessant voorbeeld hiervan is een zaak die in 2017 voor de Rechtbank Overijssel kwam. Buren ruzieden over het geluid van windgongen. De vraag voor de rechter was of dit geluid onrechtmatige hinder opleverde volgens de wet. In deze blog analyseren we de zaak. We focussen op Boek 6 Artikel 162 (onrechtmatige daad) en Boek 5 Artikel 37 (onrechtmatige hinder) van het Burgerlijk Wetboek.
Het Geschil: Windgongen en Geluidsoverlast
Het conflict draaide om twintig windgongen in de tuin van [gedaagde]. [eiser] vond het geluid storend en ervoer het als overmatige hinder. Daarom vorderde hij bij de rechtbank dat [gedaagde] zou stoppen met het geluid. [gedaagde] betoogde daarentegen dat hij het recht had om zijn tuin naar eigen inzicht te gebruiken. Bovendien stelde hij dat het geluid van de windgongen geen onrechtmatige hinder vormde.
Wat is Onrechtmatige Hinder?
Volgens Artikel 5:37 BW mag een eigenaar geen hinder veroorzaken die onrechtmatig is volgens Artikel 6:162 BW. Dit betekent dat een eigenaar geen overmatige hinder mag veroorzaken. Bijvoorbeeld door geluid, stank of trillingen die de buren storen. Daarom wordt de vraag of hinder onrechtmatig is beoordeeld aan de hand van verschillende criteria. Deze zijn: de aard, ernst en duur van de hinder, evenals de schade die daardoor wordt veroorzaakt.
Toepassing van Artikel 6:162 BW en Artikel 5:37 BW
Artikel 6:162 BW definieert een onrechtmatige daad als een inbreuk op een recht. Ook als een handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, of als gedrag dat volgens ongeschreven recht onbetamelijk is. Als iemand onrechtmatige hinder veroorzaakt, zoals beschreven in Artikel 5:37 BW, dan kan dit worden gezien als een onrechtmatige daad. Dit kan leiden tot schade aan een ander.
In het geval van de windgongen oordeelde de rechter dat de combinatie van het aantal windgongen en de verschillende toonhoogtes een aanzienlijke geluidsoverlast veroorzaakte. Daarom werd dit geluid, dat dag en nacht aanwezig was, als onrechtmatig beoordeeld. Het verstoorde de rust van [eiser] in zodanige mate dat het maatschappelijk onbetamelijk werd geacht.
Overwegingen van de Rechter
De rechtbank Overijssel overwoog meerdere factoren bij het beoordelen van de vraag of de hinder onrechtmatig was. De rechter stelde vast dat buren in een woonomgeving enige hinder van elkaar moeten accepteren. Echter, in dit geval was de hinder zo ernstig en langdurig dat het de grenzen van wat acceptabel is, overschreed.
De rechter bezocht persoonlijk de locatie om de situatie te beoordelen. Hij constateerde dat de windgongen, variërend van groot tot klein, geluiden produceerden in verschillende toonhoogtes. Deze geluiden klonken door elkaar en vormden een vals, storend geheel. Daarnaast was het geluid permanent aanwezig, omdat de windgongen door de wind voortdurend in beweging werden gebracht.
Daarom oordeelde de rechter dat de hinder door de windgongen, gezien hun aantal en het feit dat ze dag en nacht geluid maakten, onrechtmatig was. Hierdoor werd vastgesteld dat het geluid een zodanige verstoring van het woongenot van [eiser] veroorzaakte, dat hij recht had op juridische bescherming.
De Uitspraak: Beperking van de Hinder
Op basis van deze overwegingen besloot de rechtbank dat [gedaagde] alle windgongen, met uitzondering van twee naar keuze, uit zijn tuin moest verwijderen. Deze beslissing was erop gericht om de overlast voor [eiser] te verminderen zonder het eigendomsrecht van [gedaagde] volledig in te perken. [gedaagde] werd ook verboden om nieuwe geluidsproducerende objecten in zijn tuin te plaatsen. Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke zou blijven.
Conclusie
Deze zaak uit 2017 in Zwolle benadrukt de rol van de wet in het handhaven van een balans tussen de rechten van buren. Hoewel het genieten van eigendom een fundamenteel recht is, mag dit niet leiden tot overmatige hinder voor anderen. Daarom toont de toepassing van Artikel 6:162 BW en Artikel 5:37 BW aan hoe de wet bescherming biedt tegen onrechtmatige hinder en hoe rechters deze bepalingen interpreteren in conflicten tussen buren.
Voor meer details kunt u de volledige uitspraak lezen via de volgende link: Uitspraak Rechtbank Overijssel – ECLI:NL:RBOVE:2017:4633.




